Nestkasten 1974

NESTKASTEN

Zoals gewoonlijk zijn we in de maand mei voor het kontroleren van de nestkastjes weer naar het recreatieoord “Yn ‘e Lijte” gegaan. Ieder jaar is dit weer een bijzonder prettige ervaring. Of is het alleen maar om het zien van een schuw om zich heen kijkende koolmees, wanneer je het dekseltje Van zo’n kastje opendoet en het aantal eieren probeert vast te stellen. Opmerkelijk is het, dat de
broeddrift van het vogeltje groter schijnt te zijn, dan de angst voor de mens. Tref je een broedend vogeltje aan, dan is het zaak het dekseltje zo snel mogelijk te sluiten teneinde de broedende vogel z’n rust te gunnen. Wist u overigens, dat onderzoekingen hebben uitgewezen, dat een koolmees voor het grootbrengen van één jong ongeveer 7 kilo rupsen, e.d. moet verzamelen! De resultaten, die we in het recreatieoord hadden, waren de volgende. Van de 23 nagekeken kastjes waren er 13 bewoond en wel 10 door koolmezen, 2 door mussen en 1 door een spreeuw. Over de laatste nog het volgende: Normaal gesproken zal een spreeuw nooit zo’n nestkastje kunnen betrekken, omdat het vlieggat (circa 30 mm) veel te klein voor hem is, maar omdat er in dit kastje links boven aan de voorkant nog een gat van ongeveer 40 mm zat, kon de spreeuw er toch gebruik van maken. Dit grootste gat bood de spreeuw – ook een holenbroeder – een prachtige nestgelegenheid. Van de 10 gekontroleerde nestkastjes in de bebouwde kom van het dorp werden er 5 bewoond door koolmezen. Buiten het dorp opgehangen nestkasten door enthousiaste vogelmensen leverde een bewoning op van 4 maal een Torenvalk en 15 maal een Koolmees. Inlichtingen omtrent het zelf vervaardigen, de plaatsing en het geschikste type voor uw omgeving, van nestkasten zijn verkrijgbaar op tel.1753.