Nestkasten 1972

Veel legsels verloren gegaan

Van de nestkasten op het Recreatieoord “Yn ‘e Lijte” werden er 11 bewoond door Koolmezen en 5 door Pimpelmezen.
In ons dorp was de bezetting als volgt: 16 Koolmees, 2 Pimpelmees en 3 Grauwe Vliegenvanger. De laatste in het zogenaamde half-open type nestkast. Tijdens de kontrôle is gebleken, dat er bij de Mezen dit seizoen nogal wat 1e legsels verloren zijn gegaan, meestal als de jongen ongeveer één week oud waren. Het was in die periode erg koud en nat weer, waardoor er weinig insekten waren, wat mogelijk de oorzaak van deze sterfte is geweest. Ook kan dit een gevolg zijn van het voeren van “bespoten” insekten.
Vaak wordt er bij het publiek niet bij stil gestaan, hoever de gevolgen van het gebruik van vergiften in de natuur reiken! 

De Torenvalk

Afgelopen zomer is ons verschillende malen opgevallen, dat er dit jaar veel meer Torenvalken (Reade Wikels) waren dan voorgaande jaren. Een afdoende verklaring hiervoor te geven is niet gemakkelijk, maar het is wel afhankelijk van het aantal prooidieren. Hoe meer prooidieren er op een bepaald moment zijn, des te meer roofvogels.
Vele roofvogels zijn n.l. in staat hun eierproduktie hierbij aan te passen. Van één torenvalkenpaar werden dit jaar van de 7 gelegde eieren 5 jongen groot. Dit aardige kleine roofvogeltje kan men gelukkig nog vrijwel overal in de lucht zien staan bidden”, d.w.z. de vogel beweegt wel de vleugels, maar staat stil in de lucht, terwijl hij de bodem afspeurt naar prooi, zoals muizen, vogeltjes, maar ook vlinders en kevers. Dat zo’n vogel vanaf 40 à 50 meter hoogte zulke prooidieren opmerkt, wijst er op, dat hij een bijzonder scherp gezichtsvermogen heeft. Onderzoekingen toonden aan, dat hij een stilzittende vlinder vanuit een boom op bijna 200 meter afstand ontdekte. Wij mensen kunnen dat alleen met een goede verrekijker en die moet dan ook nog wel een keer of tien vergroten. De Torenvalk is hier mede toe in staat door de bijzondere bouw van z’n oog. De meeste zoogdieren en ook de mens hebben één bijzonder lichtgevoelig plekje in het oog (de gele vlek). Hier liggen er per vierkante millimeter meer dan 100.000 lichtgevoelige cellen. Vrijwel alle roofvogels – en dus ook de Torenvalk – beschikken over 2 gele vlekken, wat hun gezichtsscherpte uitermate ten goede komt. Om het eens aanschouwelijk voor te stellen: een Torenvalk zou bij wijze van spreken op een afstand van 50 meter de krant kunnen lezen!