Nestkasten 1973

Actieve particulieren

Van de geplaatste nestkasten op het Recreatieoord “Yn ‘e Lijte” werden er 7 bewoond door Koolmezen en 1 door een Spreeuw. In het dorp was de bezetting van de nestkasten als volgt: 14 Koolmezen, 2 Pimpelmezen‚ 3 Grauwe Vliegenvangers en 1 Spreeuw. Dan zijn er nog aktieve leden van onze Wacht, die zelf nestkasten plaatsen op daarvoor geschikte plaatsen in de omgeving, waarbij ook het type van de Torenvalk, waarin ook wel eens een Ransuil z’n domicilie kiest. Hulde! Er zijn vele particulieren in ons dorp, die thuis een nestkast hebben opgehangen in de hoop, dat eens een holenbroeder daarvan gebruik zal maken. Het is eigenlijk jammer, dat vele van deze nestkasten qua afmetingen, plaats van bevestiging en diameter vlieggat, niet aan de normen voldoen, temeer daar het een goede zaak is, deze vogels van broedgelegenheid te voorzien. In de natuur moeten zij het hebben van zieke en vermolmde bomen en waar vinden ze die nog? Wij mensen houden wat dit betreft teveel van netheid en ruimen zulke gevallen liefst zo snel mogelijk op. Neemt u vooral voordat u een nestkast gaat maken even kontakt op met de Vogelwacht. Wij willen u graag adviseren. Op plaatsen waar veel bomen en struiken aanwezig zijn, zou u ook eens van de traditionele Mezenkast kunnen afwijken door een zogenaamde half-open nestkast te plaatsen ten behoeve van o.a. de Grauwe Vliegenvanger. Op boerenerven is bovendien het plaatsen van een Torenvalkennestkast een nuttige zaak. Deze vogels moeten het wat de nestgelegenheid betreft meestal hebben van oude kraaien- en eksternesten. Daarom verdient het ook zeer aanbeveling om bij de beperking van de kraaien- en eksterstand nooit het nest te verwijderen!