Nestkasten 1987

NESTKASTENCONTROLE op 20 mei 1987.

De jaarlijkse nestkastencontrole vond plaats op 20 mei.
Het weer was guur en koud – dikke regenbuien en nauwelijks 10° C.

Van de 66 kasten, die we nakeken, waren er 36 bewoond. Een heel bijzonder broedgeval hadden we op de camping, waar een roodstaart z’n intrek in een mezenkast had genomen. Dit is wel uitzonderlijk, daar we dit in al die jaren slechts een keer eerder hebben meegemaakt. Toen zat er ook een roodstaart in een mezenkast te broeden, maar de deur van het kastje stond toen op een kier en dat was nu niet het geval.
Ook waren er weer 2 kasten bewoond door een spreeuw. Uiteraard met groter gemaakte vlieggaten. Vanwege het koele,
koude weer hebben de 3 jongen van elke kast een grote kans gehad om het er levend af te brengen. Wordt het ook naar iets te warm, dan verdrogen ze meestal in hun te kleine behuizing. Bij de voorjaarscontrole in maart vinden we dan de skeletten van de jongen.
Zo zien we maar weer dat een koud, kil voorjaar niet voor ieder nadelig hoeft te zijn.

En dan nu het overzicht van de bewoning.

Buorren – 26 nestkasten

  • 12 bewoond
  • 14 leeg
  • ruim 45 % is bewoond

Parallelweg + B.B. bunker – 20 kasten

  • 12 bewoond
  • 8 leeg
  • 60 % bewoond

Camping “Yn ‘e Lijte” – 20 kasten

  • 12 bewoond
  • 8 leeg
  • 60 % bewoond

De bewoning over ons hele gebied was dus ruim 54 %, wat zonder meer goed is te noemen. Voor de niet-ingewijden: Het betreft hier dus in hoofdzaak koolmezen en een hele enkele pimpelmees.