Nestkasten 1993

Nestkastenproject

Vogelwacht Grouw heeft al sinds 1971 op diverse lokaties in en rond Grou aan aantal nestkasten hangen. Deze kasten werden altijd gecontroleerd en verzorgd door Henk Borger met behulp van zijn leerlingen of leden van de wacht. leder jaar was er een overzicht van de resultaten te lezen in het boekje dat Vogelwacht Grou ieder jaar huis aan huis verspreidt. Het merendeel van de aanwezige kasten bestaat uit kasten voor de koolmees en een klein gedeelte veer de pimpelmees. Deze kasten hingen ep drie verschillende lokaties nl.:

Dorp Grou 21 kasten
Camping Yn ‘e lijte 23 kasten
Terrein B.B.bunker 7 kasten

Tijdens een bestuursvergadering in 1982 is binnen de Vogelwacht Grouw een kommissie in het leven geroepen onder de naam Nestkastenprojekt waarin Henk Betten, Dicky Jonker en Anton Huitema zitting hebben genomen. De bedoeling van deze kommissie is het uitbreiden aan het aantal lokaties en nestkasten voor met name andere soorten dan kool- en pimpelmees. Tevens worden er een aantal mensen gevraagd voor de inventarisatíe en het onderhoud aan de kasten. In de winterperiode zijn er door Joop de Vries 23 kasten
van diverse types gemaakt voor vogelsoorten als ransuil, kerkuil, torenvalk, roodstaart, vliegenvanger en boomkruìper. Tevens werden alle kasten voorzien van een eigen code en nummer en zijn in het voorjaar op diverse door ons geschikt geachte lokaties geplaatst. De inventarisatie werd door twee groepjes van twee personen verricht die onderling een verdeling tussen de lokaties hadden gemaakt. Op een inventarisatiestaat hebben zij voor iedere kast afzonderlijk de gegevens vermeld tijdens de controles in het broedseizoen.

Uitbreiding aantal lokaties en aantal nestkasten:

Dorp Grou 28 kasten
Camping Yn ‘e Lijte 28 kasten
Terrein B.B.bunker 8 kasten
De Burd 5 kasten
Hôflân / Leechlân 6 kasten
Burstum / Goattum 3 kasten

Broedresultaten nestkasten 1993

Soort vogelTotaal broedgevallenWaarvan succesvol
Koolmees17
Pimpelmees3
Ringmus3
Spreeuw7
Torenvalk4
Holenduif2
Huismus1

  • Opvallend is de lage bezetting van het aantal kasten in het dorp. Reden hiervan is vermoedelijk het grote aanbod van kasten voor kool- en pimpelmees bij de mensen in de tuin of aan de gevel.
  • Op de camping werden een viertal mezekasten aangetroffen waarin zich dode jongen bevonden. Daar deze kasten vrij dicht bijelkaar hingen is het niet uitgesloten dat in de nabijheid bestrijdingsmiddelen gebruikt zijn.
  • Door het hoge bezettings percentage van de kasten buiten de bebouwde kom zou je junnen afleiden dat er in het hedendaagse cultuurlandschap te weinig natuurlijke nestgelegenheid voor de holenbroeders aanwezig is. Van nature nestelen deze soorten vaak in oude en verrotte bomen.