Nazorg 1947

Slecht broedseizoen

Na 19 april werden zo’n zestien personen vna de Wacht ingeschakeld bij het veldwerk. Dit bestond voornamelijk uit het controleren op “stroperij”. Velen van hen hebben zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt en ook werd door de politie autoriteiten buitengewoon veel medewerking bewezen.  Er werden 16 personen wegens overtreding van Vogelwet of Jachtwet geverbaliseerd.

Ondanks dit grote aantal bekeuringen is door de ijver en toewijding van de ”Wacht” de eierstroperij dit jaar toch zeer gering geweest. Niettemin waren de leden teleurgesteld over de uitslag van het werk waarvoor zij zich zoveel tijd en moeite hadden opgeofferd.

Het slechte broedresultaat was te wijten aan:

  • Door de lange winter was de grasgroei laat en was er voor 1 mei weinig natuurlijk bescherming voor de vogeleieren;
  • Het boezemwater was tot 15 april buitengewoon hoog, waardoor in uitgestrekte gebieden zich weinig vogels konden vestigen;
  • Er waren veel kiekendieven, vooral in het gebied Hoge Warren en de Vleerbos;
  • Het aantal kraaien en eksters was ook groter dan in voorgaande jaren;
  • Het aantal kokmeeuwen was groot en deze vogels nestelden minder in kolonies en meer verspreid.

Het broedresultaat in Hoge Warren en Vleerbos was hierdoor vrijwel nihil. In de overige gebieden was het beter, mede dankzij de bestrijding van kraaien en eksters.

Er werden 78 rechtervleugels van kraaien en eksters bij de secretaris ingeleverd; deze stuurde de vleugels op naar de Plantenziektekundige Dienst te Wageningen en kreeg er toewijzingen voor jachtpatronen voor terug.

Op 12 november van dit jaar is een vertegenwoordiging van de Vogelwacht Grouw aanwezig bij de oprichting van  de Bond van Friese Vogelwachten.