Nazorg 1948

Veldoverzicht

  1. Vogeltal
    Kwam er in het Jaarverslag 1947 een groot pessimisme tot uitdrukking omtrent vogeltal en broedresultaat, voor jet jaar 1948 komen optimistische klanken naar voren. Over het algemeen was het vogeltal groter dan in 1947. In het bijzonder werd dit geconstateerd in die terreinen waar de invloed van de kiekendief minder groot was geweest. In de randgebieden van Princehof waar jet broedresultaat in 1947 zeer slecht was, viel het vogeltal weliswaar boven de verwachting, maar was toch een achteruitgang te constateren. Vermoedelijk is het vogeltal gunstig beïnvloed door de bijzonder gunstige weersgesteldheid en de normale stand van het boezemwater.
  2. Broedresultaat
    Het broedresultaat over 1948 is gunstiger geweest dan het vorige jaar. Voor enkele terreinen kan zelfs van een buitengewoon goede aanwas gesproken worden. Als oorzaken kunnen genoemd worden:
    1. Dat door intensieve bestrijding van de kraaien deze vogels geringer in aantal aanwezig waren en der halve een veel minder grote vernieling v,n,l, aan eieren konden veroorzaken;
    2. Dat het aantal kiekendieven plaatselijk minder groot was dan vorig jaar waardoor een betere levenskans voor de jonge vogels bestond, v.n.l. in die terreinen welke niet onmiddellijk grenzen aan de broedplaatsen van deze roofvogels.
    3. Dat mede dankzij het scherpe veldtoezicht door mensen slechts weinig inbreuk gedaan werd op de noodzakelijke rust in het veld tijdens de broedperiode. Noch door Politie te Water, noch door Rijkspolitie, al of niet in samenwerking met de Vogelwacht werd een vermeldenswaardige overtreding geconstateerd;
    4. Dat er in het voorjaar de weersomstandigheden bijzonder gunstig waren, het boezemwater een normale stand had en de met deze factoren samenhangende maaitijd op normale tijd plaatsvond. Dat er door vroeg maaien broedsels verloren gingen gehoorde tot de uitzondering.

Dan was er nog het probleem van de kokmeeuw die ook een grote predator was.

Schermafbeelding 2016-01-24 om 22.03.17