Nazorg 1952

Veldoverzicht

Bij de hier voorkomende water- en weidevogels kon ook dit jaar geconstateerd worden dat de diverse bekende soorten vogels zich alle zeker in aantal konden handhaven. Echter hebben door de inpoldering van het Zwettegebied enige honderden H.A. z.g.n. blaugrasland nog meer aan hun oorspronklijke natuurstaat verloren. Mede door het in de toekomst in cultuur brengen van deze landerijen moet men zeker rekening houden met het feit dat er in het bijzonder voor grutto en kemphaan een minder ideale broedplaats is ontstaan waardoor een toename van deze vogelsoorten ondenkbaar geacht moet worden.

Inventarisatie

Dit jaar is er weer een inventarisatie van de kieviten gehouden. In vergelijk met het aantal kieviten dat hier voor 2 jaar terug heeft gebroed is een toename van bijna 8 % geconstateerd. Dat bijna overal in Friesland de kieviten in aantal toenemen kan ongetwijfeld als één van de directe resultaten worden aangemerkt, die de gezamenlijke Vogelbeschermingswachten in Friesland door hun grote activiteit hebben bereikt.

Broedresultaat

Het broedresultaat moet dit jaar als bijzonder gunstig worden geacht. De gunstige weersomstandigheden in ’t begin van Maart brachten reeds vroeg de eerste kievitseieren. Een terugkeren van de winter, met matige en zelfs strenge vorst met veel sneeuw, maakte in de laatste week van Maart voorlopig een einde aan alle voorjaarsillusies. De eieren die er waren vroren alle stuk en door de aanhoudende barre kou zijn zelfs talrijke vogels als slachtoffer gevallen. Pas op 8 April kon men weer met kans op goed succes gaan eierzoeken. De vele dagen met zomerse temperaturen die daarna volgden zullen bij velen zeker lang in aangename herinnering bewaard blijven. De week volgende op 19 April bracht de vogels al dadelijk tot broeden en en omdat het weer gunstig bleef en er bovendien geen natuurlijke invloeden waren die meer dan anders ten ongunste werkten, kan het broedseizoen 1952 als bijzonder gunstig genoemd worden.

Kokmeeuwen

De bestrijding van de kokmeeuwen werd ook dit jaar weer doorgevoerd. Zij waren minder in aantal terug gekeerd maar kwamen weer zeer verspreid tot broeden. In totaal werden 313 eieren geraapt.

Ooievaarsnest

Ook dit jaar bleef het ooievaarsnest in het Wilhelminapark weer onbewoond. De ooievaars broedden gelijk vorige jaren weer op de schoorsteen van boerderij Siebenga aan de Nesserweg.