Nazorg 1954

Veldoverzicht

Het jaar 1954 is algemeen genomen niet zulk een goed jaar geweest als de voorgaande jaren. Het aantal vogels dat volgens de verwachting gezien het goede broedresultaat van 1953 in groter aantal zou hebben moeten terugkeren stelde teleur. Als oorzaken hiervoor komen in aanmerking:

Schermafbeelding 2016-01-26 om 17.55.31

Inventarisatie

In verband met bovengenoemde omstandigheden werden alle vogelsoorten geschat op 90 als ten opzichte van het jaar 1953 het cijfer 100 wordt genomen. De totaallijst van de kieviten wees voor 1954 728 paren aan. Een achteruitgang van 81 paren.

Broedresultaat

Ook het broedresultaat was door genoemde omstandigheden minder gunstig als in 1953. De vertraagde grasgroei was nadelig voor de bescherming van de eieren en jonge vogels t.o.v. de natuurlijke vijanden. In enkele winterpolders had men veel last van wezels. Van veel boeren en landarbeiders werd goede medewerking ondervonden. Van vernieling van eieren en jonge vogels door het maaien kwamen geen erg alarmerende berichten binnen. De aanvankelijk op de algemene jaarvergadering besloten proefneming met nestbeschermers moest wegens teleurstellende activiteit van medewerkers overgaan.

Kokmeeuw

Door heren kokmeeuweierrapers werden in totaal 610 eieren geraapt. Dit is precies 100 meer dan vorig jaar waardoor blijkt dat deze vogelsoort zich ondanks de strenge winter volledig heeft kunnen handhaven.

Ooievaar

De ooievaars kwamen weer terug op de schoorsteen van boerderij Siebenga. Het eerste broedsel werd door toedoen van een derde exemplaar vernietigd. Van een tweede broedsel werden twee jongen grootgebracht.