Nazorg 1956

Verbod op rapen grutto-eieren

In 1956 mogen voor het eerst geen eieren van de grutto worden geraapt. Dat doet veel stof opwaaien en er vallen soms harde woorden. Jaarverslag: De loft is noch lang net klear en sil ek nea wer klear wurde hwant de paeden fan de teoretyske fûgelbeskerming en dy fan de praktyk rinne lang net oeral neist mekoar. Op bepaelde plakken rinne dizze paeden safier útmekoar dat m’n mekoar net iens mear sjen kin, lit stean beroppe.

Veldoverzicht

Het voorjaar 1956 kenmerkte zich gelijk de beide voorgaande jaren als zeer koud. De terugkeer van onze broedvogels werd hierdoor ongunstig verlaat. Ook tijdens de raaptijd bleef het bijzonder koud en was het vrij moeilijk om een juist inzicht te krijgen van de aantallen teruggekeerde vogels. Voor kievit, kemphaan, tureluur, scholekster en wulp werd het getal 100 genoteerd t.o.v. het vorige jaar. Voor de grutto zelfs 110.

Voor de eierzoekers was het seizoen 1956 wel zeer teleurstellend. Niet alleen doordat het gure winterse weer het verblijf in het veld niet onverdeeld aangenaam maakte maar de vondsten van kievitseieren bleven ver beneden normaal. Van de andere weidevogels werden praktisch geen eieren in het veld aangetroffen.

Schermafbeelding 2016-01-28 om 09.24.45

Inventarisatie

De inventarisatie van de kievit vond plaats tussen 10 en 15 April en bracht een totaalcijfer van 777 paren. Dit was 12 paren minder dan het voorgaande jaar. Mogelijk dat door het gure weer na de 15 April nog enkele exemplaren op hun broedterrein zijn teruggekeerd.

Broedresultaat

Ook door het gure weer dat na de open raaptijd nog lang de overhand hield kwamen vele vogels laat tot broeden. Terwijl het aantal natuurlijke vijanden van de vogels, zoals kiekendief, kraai, kokmeeuw en wezel vrij normaal waren en tevens door het late maaien de invloed van de mens slechts een minimum van schade aan eieren en jonge vogels heeft toegebracht, kon het niet anders of de broedresultaten zouden gunstig moeten worden. In begin Mei werd met enkele autoriteiten een inspectietocht door enkele gedeelten van het bewakingsterrein gehouden. Het aantal eieren dat toen van diverse broedende vogelsoorten werd aangetroffen was overstelpend groot. Het aantal jonge vogels was daarmede later geheel in overeenstemming waardoor de broedresultaten 1956 gunstiger als ooit te voren kunnen worden genoemd.

Kokmeeuwen

Het aantal kokmeeuwen dat de laatste jaren al behoorlijk achteruitgegaan was bleek dit jaar nog verder ingekrompen te zijn. Door de drie personen die in het bezit zijn gesteld van een Vogelvergunning “E” werden in totaal slechts 140 eieren geraapt. Doordat de eieren van de kokmeeuwen steeds meer verspreid liggen en er van kolonievorming eigenlijk niet meer gesproken kan worden wordt het rapen van deze eieren een steeds moeilijker en meer tijdrovende aangelegenheid. Daar tevens de opbrengst van de eieren steeds kleiner wordt en daarbij de uitgaven aan benzine onze Wacht elk jaar behoorlijk geld kosten. Gezien echter de bereikte resultaten zijn de kosten die er elk jaar uit voortvloeien zeker goed besteed.

Nestbeschermers

Door ledenvan onze Wacht werkzaam op de Volmafabriek zijn wederom een aantal nestbeschermers gemaakt. De resultaten bereikt bij het gebruik van die nestbeschermers zijn van dien aard dat het plaatsen ervan aanbevolen dient te worden. Bij diverse boeren zijn buitengewoon goede resultaten bereikt, hoewel is komen vast te staan dat de gebruikte apparaten tegenover jongvee onvoldoende bescherming geven. Door S.U. de Boer o.a. zijn proeven genomen met houten palen en prikkeldraad verbindingen waarmede betere resultaten werden bereikt. Aan de Wacht Irnsum zijn enige nestbeschermers tegen kostprijs afgestaan. Hiermede werden aldaar buitengewoon goede resultaten bereikt.

De Jeugdvogelwacht heeft nog steeds geen nieuwe leider. Daardoor zijn er geen activiteiten. Wel hebben jeugdleden actief deelgenomen aan de veldbewaking.