Nazorg 1958

Veldoverzicht

Geheel in tegenstelling met 1957 verliep het voorjaar van 1958. Weliswaar brachten Januari en Februari weinig ijs maar het totaal aan sneeuw dat ook over de Maart maand verdeeld werd was behoorlijk groot. Gedurende de hele Maart bleef het koud waardoor het eerste kievitsei ook lang op zich liet wachten. Pas in April werden hier de eerste eieren geraapt. 

Pas na 16 april verbeterden de weersomstandigheden ten gunste, zodat in de laatste dagen van de open raaptijd  nogal wat kieviten hun onderbroken eileggen hervat hebben of pas toen hun eerste ei produceerden. Al met al een zeer slecht raapseizoen.

Broedresultaten

De broedtijd verliep gunstig. Als spoedig na 20 April kwamen vele vogels tot broeden. Het weertype verbeterde naarmate de tijd vorderde maar de achterstand veroorzaakt door het koude voorjaar kon niet in alle opzichten ingehaald worden. Vooral de kemphanen kwamen laat tot broeden en omdat de maaitijd helemaal niet later kwam dan normaal was dit wel tot nadeel van vele van de laatgelegde eieren. Overigens viel de schade door het maaien nogal mee en kunnen we ook voor 1958 op een goed broedseizoen terugzien.

Kokmeeuwen 

Mede tengevolge van de instandhouding van enkele kokmeeuw kolonies op terreinen van It Fryske Gea breidden zich ook de verspreide kolonies in ons bewakingsgebied weer uit. Er werden dit jaar 141 eieren geraapt. Dit is bijna 100 stuks meer als in 1957.

Nestbeschermers

Schermafbeelding 2016-01-29 om 11.51.45

Inventarisatie

De totale uitkomst van de kieviten-telling was 806 paren, dit is 10 minder dan in 1957. Voor alle overige water- en weidevogels werd een gelijk aantal als vorig jaar aangehouden.