Nazorg 1959

Veldoverzicht

Het voor jaar van 1959 liet zich van een goede zijde zien. De winter was niet streng en vooral niet laat zodat in de laatste week van Februari een grote terugkeer van de trekvogels viel waar te nemen. Omdat ook in Maart het weertype aan de gunstige kant bleef kwamen ook de kievitseieren niet laat.

Schermafbeelding 2016-01-29 om 14.39.41

Spoedig kwamen meer eieren in het veld. Het weer bleef goed tot het einde toe en in velerlei opzichten kon een vergelijk gemaakt worden met het uitzonderlijke vroege voorjaar van 1957.

Broedresultaat

Na de sluiting van de raaptijd zaten de meeste kieviten al spoedig op een voltallig legsel te broeden. En hoewel een groot deel van de eieren wel uitgebroed werden kwamen diverse veldwaarnemers tot de gedachte dat van de jongen maar een klein gedeelte vliegrijp is geworden. Ook elders uit Friesland kwamen soortgelijke meldingen binnen. De sterfte werd toegeschreven aan het droge weer en de overheersende noordenwind, waardoor er te weinig voedsel voor de jongen was.

Kokmeeuwen

Aan het front van de kokmeeuwen hebben geen wijzigingen plaatsgehad. De situatie is en blijft vervelend. In Oude Venen zijn talrijke jongen grootgebracht.

 Nestbeschermers

Schermafbeelding 2016-01-29 om 15.13.57

Inventarisatie

De inventarisatie van de kievit leverde een resultaat op van 798 paren. Dit is 8 paar minder dan in 1958. Plaatselijk viel bijna overal een kleine vooruitgang van de stand op of was de stand gelijk als vorig jaar. Maar in de Lage Midden liepen de aantallen weer sterk achteruit. Ook de andere vogelsoorten konden zich aldaar niet handhaven. Niettemin konden we toch weer een toename van de grutto’s merken. Ten opzichte van elke 100 in 1958 kwam men tot 110. De overige vogelsoorten werden alle gelijk als in vorig jaar geschat m.u.v. de scholekster waarvan een achteruitgang was waar te nemen.