Nazorg 1964

Veldoverzicht

Een aanvankelijk zachte winter gaf hoop op een vroege leg van de weidevogels. Maar halverwege februari kwam de winter dan toch nog en zorgde voor grondijs in de Pikmar. Vlak na Sint Piter zorgde een zuidwesten wind voor dooi. Grote groepen vogels kwamen uit het zuiden en streken neer in de weilanden. Aan het einde van de maand sloeg de winter opnieuw toe totdat op 8 maart de dooi weer intrad. Dat de winter nogmaals zou toeslaan was een grote verassing; op 18 maart vroor het 5 graden. Dit wie wol it djiptepunt fan de lette winter, mar dêrnei bleau it dei yn die út roetkâld wylst de sinne him al mar forskûle efter de tsjokke wolken hwerfan yn it Noarden grif útforkeap hâlden waerd.

Het eerste kievitsei werd pas op 25 maart gevonden in Ederveen. Twee dagen daarna werd het eerste ei van Fryslân geraapt. Op dezelfde dag vond Joh. de Vries van Idaarderadeel.

Schermafbeelding 2016-02-01 om 20.17.15

Dit jaar zijn geen tellingen gehouden van kieviten en grutto’s, maar de algemene indruk was dat het aantal beslist hoger lag dan het voorgaande jaar. De meerkoeten waren zichtbaar in aantal toegenomen en het bleek dat zelfs de roerdomp weer zijn diepe bas liet horen.  Het aantal kiekendieven was niet talrijk en kraaien en eksters werden met succes bestreden.

De kokmeeuwen waren dit jaar weer massaal terug na enkele jaren waarin niet meer dan 30 tot 50 eieren werden geraapt. Dit jaar werden meer dan 500 eieren uitgehaald.

De indruk was dat veel uitgebroede vogels groot zijn geworden omdat de natuurlijke vijanden niet al te talrijk was.

Nestbeschermers

Het aantal nestbeschermers dat is uitgezet bedraagt minder dan voorgaande jaren. In totaal werden 288 eieren beschermd, waarvan 80 % is uitgebroed. Oorzaak van het geringe aantal nestbeschermers is een gebrek aan goede leiding. Ook een goede wintervoorraad bij de boeren en een vroege grasgroei betekende dat voor de weidegang minder weiland nodig was.