Nazorg 1975

WERKGROEP VOGELBESCHERMING 1975

Onze Werkgroep Weidevogelbescherming is in het afgelopen broedseizoen weer erg aktief geweest in ons Wachtgebied van 2300 Ha. Aan de hand van de ingeleverde inventarisatielijsten kon het nu volgende overzicht worden opgesteld:

Schermafbeelding 2016-01-22 om 17.06.54

In percelen, die geweid moesten worden, werd léj maal van een nestbeschermer gebruik gemaakt met over het algemeen goede resultaten. In oogstpercelen werden 1316 nesten aangemerkt met stokken. Tevens werden nog bewaakt 69 nesten met in totaal 47h eieren van de Meerkoet; 8 — 59 Waterhoen; 1 — 12 Kwartelkoning (Teapert) een zeldzame soort, die in het verleden vrij talrijk voorkwam, maar zich in kultuurland niet kan handhaven; 1 — 6 Gele Kwikstaart; 16 — 59 Veldleeuwerik; 3 — 15 Graspieper; 2 – 15 Fazant. Zowel van de Kievit als van Grutto en Scholekster werd een 6-legsel gevonden. Verder waren er 7 broedparen aanwezig van de Torenvalk; 2 Ransuil; 13 verwilderde Knobbelzwaan; 23 Zwarte Kraai en 20 Ekster.

In vergelijking met het broedseizoen 1974 kunnen we, voor wat Kievit, Grutto en Scholekster betreft, een vooruitgang in de stand vaststellen. Kwetsbare soorten, wat betreft het biotoop, als Tureluur, Kemphaan, Watersnip‚ Slobeend en Zomertaling hebben zich gehandhaafd op ongeveer hetzelfde peil.

Ondanks de vroege sluiting van de wettelijk toegestane raaptijd van kieviteierefi werd het broedseizoen verlaat door een koud voorjaar en liep het merendeel der nesten uit zo tussen 17 en 20 mei. Al met al een gunstig broedseizoen!

Om een indruk te geven van het verloop in de stand volgt hier een overzicht van het aantal broedparen in de laat;
ste 10 jaren:

 

Schermafbeelding 2016-01-22 om 17.07.32

Twee onzer veldmedewerkers inventariseren ten behoeve van “It Fryske Gea” de Wildlanden. Ook in deze polder goede broedresultaten‚ nadat in het begin van het broedseizoen overlast werd ondervonden van teveel Zwarte Kraaien en daarvan een verantwoord afschot had plaatsgevonden. In het oostelijke deel gaat dankzij een beter op de weidevogels gerichte graslandkultuur de stand gestaag vooruit. Verheugend in dit geval is, dat dit niet ten koste gaat van het westelijke deel, waar allengs weer van een goede vogelstand gesproken kan worden. Beslist deprimerend is, dat er in deze polder tijdens het broedseizoen nogal wat legsels verloren gaan door bezoek van “wandelaars” die zich onbevoegd in de landerijen begeven. Er is om die reden aan “It Fryske Gea” geadviseerd en verzocht bepaalde oeverstroken langs de Geeuw tot 1 juni voor aanleg en betreden te verbieden!
Ook in ons overige Wachtgebied ondervinden onze veldmedewerkers soms last van watersporters, die zich in de landerijen gaan begeven. Afgezien nog van het feit, dat dit bij de wet verboden is, bewijst u de vogels en onze werkers in het veld hiermee geen dienst. Doe dit a.u.b. niet meerl