Nazorg 1978

Veldoverzicht

De laatste paar dagen van de ‘aaisikerstiid’ leek het ‘gea’ meer op een winterse kerstkaart dan op een beginnend voorjaar. In het noorden van ons land viel wel 10 cm sneeuw en vele Kieviten zaten als zwarte stippen op hun nest tussen de witte sneeuw. Vier weken daarvoor was het eerste kievitsei gevonden bij Schettens. Door het zachte weer in het vroege voorjaar waren de grutto’s ook vroeg.

Broedresultaten

Door de kou-inval rond de 10e april kwam het broedseizoen vrij laat op gang, maar doordat het weer half april omsloeg, was de ontstane achterstand enkele weken later geheel en al ingelopen.
Begin mei begonnen de eerste veehouders te maaien. De grasgroei ging toen dan ook zo snel, dat sommige mensen van de werkgroep met pijn in het hart door het hoge gras moesten lopen en stellig zullen ze toen dan ook een aantal nesten over het hoofd hebben gezien.

Schermafbeelding 2016-01-23 om 09.53.11

Bovenstaand overzicht van de beschermde nesten in ons Wachtgebied in het broedseizoen van 1978 konden wij samenstellen aan de hand van de ingeleverde inventarisatielijsten van alle (41) rayons door de leden van onze Werkgroep Weidevogelbescherming. Wij zijn hen zeer erkentelijk voor de betoonde aktiviteiten en danken vooral ook de veehouders voor hun medewerking aan onze mensen! Er werd in 119 gevallen gebruik gemaakt van een nestbeschermer met in het algemeen een goed resultaat. 1329 legsels zijn aangemerkt met stokken. Het broedseizoen kwam door koude vrij laat op gang. Ongeveer halverwege werd het weer milder en kwam de grasgroei zeer snel tot stand, waardoor de gemiddelde 1e maaidatum maar iets later viel dan vorig jaar over het algemeen was 1978 een goed broedjaar voor de weidevogels.

De stand van het aantal broedparen viel over de gehele linie in vergelijking met 1977 terug; maar dat was dan ook een topjaar. Toch voorzien wij in de toekomst een achteruitgang zowel in soortenrijkdom als in aantallen broedparen als gevolg van de moderne graslandkultuur. Het biotoop van de weidevogels wordt daarbij zo drastisch gewijzigd, dat zij zich maar nauwelijks kunnen aanpassen. Aan deze ontwikkeling kunnen wij niets veranderen, maar willen trachten zo lang als dat mogelijk is de vogels in hun bestaan een handje te helpen. Tevens werden nog bewaakt 101 nesten met in totaal 572 eieren van de Meerkoet; 12 – 94 Waterhoen; 2 – 12 Witte Kwikstaart; 1 – 5 Gele Kwikstaart; 11 – 43 Veldleeuwerik; 3 – 13 Fazant; 10 – 27 Zwarte Stern en 2 – 6 van de Fuut. Er waren 9 broedparen aanwezig van de Torenvalk, waarvan 8 in een nesthok en 1 in een oud kraaiennest; 1 Ransuil in nesthok; 7 verwilderde Knobbelzwaan; 14 Zwarte Kraai en 18 Ekster.