Nazorg 1979

Koud voorjaar

Het prille begin van 1979 deed weer echt ouderwets aan en herinneringen oproepen aan lang vervlogen tijden. Zo hoog waren hier en daar de sneeuwduinen. De hoop dat hiermee het slechte, koude weer opgesoupeerd was bleek ijdel, want ook de periode, waarin eieren geraapt mochten worden was lang niet, wat je eigenlijk van het voorjaar mag verwachten. Het jaar 1979 was volgens weerman Hans de Jong uit Gorredijk dan ook het koudste jaar sinds 1855.

Schermafbeelding 2016-02-10 om 17.08.04

Doordat er in de weilanden nauwelijks gras wilde groeien, hadden de meeste broedsels weinig of geen bescherming, zodat er van deze eerste legsels in de “forbeane tiid” niets is terecht gekomen. De belagers, die ook hongerig waren, stroopten de landen af naar een eitje.

Daar de periode half april half mei bijzonder nat was, moesten de werkzaamheden van de boer enkele weken worden uitgesteld. Van deze omstandigheden hebben vooral de grutto, tureluur en de watersnip kunnen profiteren, wat dan ook aan de stand van het aantal broedparen van deze soorten viel op te merken. Het afgelopen broedseizoen valt te vergelijken met de topjaren 1970 en 1977 en is derhalve zeer goed geweest. 

We zijn bovengenoemde 3 vogels eens nagegaan wat betreft nesten en aantal eieren in 1978. Het aantal ha is hetzelfde.

 197819791980
nesteneierennesteneierennesteneieren
grutto47518286132308535
tureluur69266120454121
watersnip18683713772

Vergeleken met 1978 voor de watersnip een verdubbeling van het aantal nesten.

Tevens werden nog bewaakt 36 nesten met in totaal 231 eieren van de Meerkoet; 6 – 43 Waterhoen; 2 – 11 Witte Kwikstaart; 1 – 5 Gele Kwikstaart; 40 – 160 Veldleeuwerik; 8 – 14 Zwarte Stern; 1 – 5 Fuut. Er broedde 1 Torenvalkenpaar in een nestkist. Broedgevallen werden ook gekonstateerd van 1 paar Velduil‚ 6 paren Knobbelzwaan; 28 Zwarte Kraai en 32 Ekster, 1 Geoorde Fuut; 1 Noordse Stern; 3 Doodaars; 2 Kuifeend; 1 Vlaamse Gaai.

Kemphaan

Schermafbeelding 2016-01-20 om 20.12.29

Opmerking nazorgcoördinator: “Als het de boer naar de zin gaat, hebben de vogels het moeilijk; gaat het de vogels goed, dan klaagt de boer!” Landbouwmethoden, graslandverbetering en ontwateringsingrepen oefenen een negatieve invloed uit op de vegetatie en daarmee op de broedvogelbezetting!