Nazorg 1980

Het eerste ‘ljipaai’ werd landelijk gevonden op 9 maart in Dalfsen. In Fryslân werd dit een week later gevonden bij Houtigehage.  Twee dagen later werd het eerste ei van de gemeente Boarnsterhim aangeboden aan de burgemeester.

Veldwerk 1980

Half april kon voor de leden van de werkgroep het veldwerk weer beginnen. Over het algemeen was ook in april – behoudens enkele uitschieters – het weer somber en koud. Een en ander leidde ertoe, dat de grasgroei niet meteen aanzette, zodat er van de eerste legsels in de “forbeane tiid” niet al te veel terecht kwam, omdat de natuurlijke bescherming (gras) niet erg wilde vlotten.

Ondanks de slechte voorzomer verliep het broedseizoen voor de meeste weidevogels in het verdere broedseizoen vrij normaal. Maar van de scholekster werden er aanzienlijk minder nesten gevonden dan in het voorgaande jaar. Ook de grutto ging met 80 nesten minder achteruit. Men moet zich echter niet blind staren op deze cijfers, daar de totstandkoming ervan door toevallige factoren veroorzaakt kan zijn.

De kemphaan en de snip krijgen het hoe langer hoe moeilijker zich in de groene cultuursteppe te handhaven. Van de kemphaan werden er zegge en schrijve nog 5 nesten gevonden, van de watersnip 12.