Nazorg 1982

Veldoverzicht

Voor de weidevogels was het een goed voorjaar. Februari was droog en zonnig, gevolgd door een natte maand maart met veel zonneschijn. . Het eerste kievitsei werd op 15 maart gevonden door oud-Grouster Sieds Hoeneveld in de Surhuizumermieden bij Harkema Opeinde. Twee dagen later werd het eerste ei van de gemeente gevonden.
April liet zich van een andere kant zien. Het oude gezegde “April doet wat hij wil” ging weer eens op. Zo werden er deze maand 6 sneeuwdagen genoteerd. De paasdagen, die in het begin van de maand vielen, waren erg koud en nat. Pas in mei werd het warmer.

Dit jaar hebben 84 vogelwachters meegewerkt aan de nazorg. In totaal werden 1453 nesten met stokken aangemerkt. Slechts 59 keer werd gebruik gemaakt van een nestbeschermer. De eierproductie kwam na de sluitingstijd goed op gang; de grasgroei werd door de kou flink geremd, wat voor broedende weidevogels natuurlijk een gunstig teken is.

De grootste aantallen broedende vogels waren de keivit met 633 paar, direct gevolgd door de grutto met 629 paar. Van de kemphaan telde men helaas slechts 6 broedparen.

Een heel bijzonder broedgeval was het nestelen van de zwarte stern op het land i.p.v. op de krabbescheer.