Zwaluwen 2011

Natte zomer teistert Gierzwaluwtellíngen

Commissie Broedzorg van de BFVW plande dit jaar vier keer een provindale telling van de Glerzwaluw. Ondanks de natte zomer. die veel tellingen in de war schopte. konden op 13D telpunten tijdens 336 tellingen 6567 vogels geteld worden.

Met deze voor Nederland unieke tellingen willen we iets te weten komen over het verloop van de (broedlvogelstand want de gìerzwaluw ontbreekt nog steeds in de jaarlijkse vogelbalans. 

Voor het tellen van gierzwaluwen zijn we aangewezen op mooie zomeravonden. De afgelopen zomer had wat dat betreft niet veel slechter kunnen zijn. Het was landelijk zelfs de natste sinds 1906. Diverse tellingen moesten daardoor vervroegd of uitgesteld worden. De vierde telling op 1B juli werd aanvankelijk zelfs helemaal afgelast.

Per telpunt werd op mooie zomeravonden rond negen uur gedurende 5 minuten het maximum aantal tegelijkertijd aanwezige vogels geteld. De eerste telling begin juni was een groot succes met vier dagen redelijk zomers telweer. Op 116 punten werden 1.761 vogels geteld. De tweede telling moest door slecht weer beperkt blijven tot 14 en 15 juni en een minder geslaagde reservedag op 20 juni. Dat leverde met 111 teipunten 1567 vogels op. De derde telling rond S juli kon op 120 punten worden gedaan en leverde de meeste vogels op: 2.106. De vierde rond 18 juli was geen succes. Wegens voorzien slecht weer werd hij eerst afgelast. maar in het noorden knapte het toch wat meer op dan elders en werden de tellers alsnog opgeroepen om op de 22e te gaan teilen. Maar toen waren al veel tellers op vakantie of om andere redenen niet beschikbaar. Er konden slechts 40 punten gedaan worden.

Toch waren de tellingen een succes want gebleken is dat gierzwaluwen wel degelijk goed geteld kunnen worden. Alleen in grotere kolonies ontstaan problemen en moeten de aantallen als een “goede schatting” beschouwd worden. Maar na meerdere jaren kan ook hier ongetwijfeld een trend gevonden worden (als die er is). Ook is glashelder geworden dat de aantallen vogels sterk afhangen van de weerssituatíe. De kunst is dus nu om volgend jaar de tellingen bij gelijksoortig weer te herhalen, we bezinnen ons over de aanpak volgend jaar. Waarschijnlijk herhalen we niet alle vier tellingen en misschien gaan we wel een of twee jaar overslaan.

De eerste vogels die bij de broedkoionies aankomen zijn de mannetja die er vorig jaar gebroed hebben. Een tot twee weken later volgen begin mei de vrouwtjes die vorig jaar gebroed hebben en nog twee tot drie weken later komen eind mei de jonge niet—broeders (“hangers”). Die komen voor 80% niet terug in de kolonie (dorp of stad) waar ze geboren werden maar verhuizen naar een kolonie elders in de regio. om inteeit te voorkomen. Daar beginnen ze met hun giervluchten om een broedplaats te vinden. Ze broeden pas in het 2e of 3e levensjaar en ‘slapen’ die 2-3 jaar zwevend op 1-3 kilometer hoogte. Broedvogels met jongen slapen op het nest.

PlaatsLocatieGem.Tot.T1
2-6
T2
20-6
T3
5-7
T4
20-7
GrouIt Grien3112423204239
GrouGedempte Haven, Volmaweg-Meersweg5722845416676
GrouRabobank, Stionsweg-Kievitstraat239228132130
GrouFriesmastrjitte-Lynbaenstrjitte2610526142540
GrouMaster Wielsmaplein 14618454354649
GrouPrincessenbuurt. Julianastraat-Kanaalstraat2911522223437
GrouDe Tsjotter-De Vlet17671572025
GrouOude Gemeentehuis, Molenpad-Hoofdstraat228928102328